Minister Asscher wil een andere opzet voor de fondsen opleidings- en ontwikkelingsfondsen, kortweg de O&O fondsen. Dat maakt hij in maart bekend op een congres voor O&O fondsen. In Den Haag maken politiek partijen zich al jaren druk over die O&O fondsen. Deze worden bekostigd door de werkgevers als een toeslag op de loonsom in een bepaalde sector en worden beheerd door namens CAO partijende werkgevers en vakverenigingen uit de sector. Het blijkt dat Dde fondsen hebben over zeer aanzienlijke bedragen in kas beschikken. Oorzaak; Het lijkt erop dat er in de praktijk wordt onvoldoende maar weinig gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden die de fondsen bieden, vooral als het gaat om vergoedingen die werkgevers kunnen aanvragen voor opleidingen.

Wat is het probleem?

Ten eerste zijn er bedrijven zonder HR-afdeling. Deze hebben eigenlijk geen weet van het bestaan en de mogelijkheden van O&O fondsen. Ze financieren wel, maar laten middelen voor ontwikkeling van de eigen organisatie onbenut.

Een kort onderzoek leert dat elke fonds er zijn eigen voorwaarden en beleid op na houdt. Eenduidigheid is niet of nauwelijks te vinden. Het zou op zijn minst handig zijn als er enige uniformiteit is. Aanvragen zijn ingewikkeld en kosten veel administratie. De aanvrager, meestal de HRM-er heeft wel iets anders te doen. Een eenvoudiger aanvraagprocedure zou de drempel aanmerkelijk verlagen. Natuurlijk is de onderbouwing van een aanvraag belangrijk, maar de huidige complexe procedure schiet zijn doel voorbij.

Elke aanvraag wordt als unicum behandeld. Dit betekend dat voor elke aanvraag de hele papierwinkel opnieuw moet worden ingevuld. Veel bedrijven maken geen jaarlijks opleidingsplan maar spelen in op de actuele situatie. De O&O fondsen hebben de processen niet op deze ontwikkelingen aangepast. Opleidingsvragen zijn vaak acuut en niet in jaar-processen te gieten.

De lange wachttijden voordat er een akkoord is, werken ook niet motiverend.

Waar moeten we dan heen?

De O&O Fondsen hebben een rol vanuit de CAO afspraken. Een goed principe maar in een onpraktische vorm gegoten. Een alternatief is het per medewerker verplicht stellen van een bepaald budget voor opleiding en ontwikkeling. NIET centraal geregeld, maar als verplichting voor alle ondernemers en per bedrijf vast te stellen en controleerbaar. Administratief is dit voor veel ondernemers niet haalbaar. Daarmee wordt geen voordeel behaald uit het fonds.

De HRO-Groep biedt oplossingen en heeft een aanpak die op deze problematiek is toegespitst.

Frits Smits – Maart 2016