De AOW-leeftijd gaat in 2022 opnieuw met een kwartaal omhoog. Dat is het gevolg van een automatisme dat in de wet is verankerd. Stijgt de levensverwachting, dan stijgt de AOW-leeftijd. Maar of het daadwerkelijk gebeurt, is afwachten. Het besluit wordt pas door het volgende kabinet genomen.

Over de levensverwachting van de Nederlanders is veel bekend. Zo weten we dat we gemiddeld 82 (man) of 86 (vrouw) jaar oud worden

Ook is bekend dat het beroep een belangrijke rol speelt. Mensen in lichamelijk zware beroepen, zoals stratenmakers en in de bouw, houden het gemiddeld genomen geen 40 jaar vol. Aangezien deze mensen vaak al ruim voor hun 20ste zijn begonnen met werken, is doorgaan tot hun 65ste jaar een onmogelijkheid. Een hoger opgeleide, die vaak na zijn 20ste in het arbeidsproces is begonnen en alleen maar bureauwerk heeft verricht, heeft een heel andere levensverwachting. Waarom mag hij dan tegelijk met de bouwvakker met AOW gaan?

Hoe dan ook, de pensioenleeftijd is aan verandering onderhevig. Human Resources kan het niet naast zich neerleggen. Er zal beleid ontwikkeld moeten worden.

Al ver in de vorige eeuw werd er door, wat toen nog PZ heette, al gesproken over leeftijdsbewust personeelsbeleid. Rekening houden met de dynamiek van de levensfases en de daaraan gekoppelde behoeften en mogelijkheden van werknemers. Veel is er net van terecht gekomen.

De HRO-groep heeft een model ontwikkel waarmee kan worden ingespeeld op de komende veranderingen. We brengen de huidige status van het personeel in kaart en maken aan de hand van die nul meting een plan voor de toekomst. Aan de hand daar van categoriseren wij uw opleidingsplannen zodat eenvoudig prioriteiten kunnen worden gesteld.

Natuurlijk brengt onze aanpak in kaart welke kennis in de nabije en iets verdere toekomst gewenst is. Hiermee werkt u aan breed inzetbaar personeel én aan duurzame inzetbaarheid.

In deze laatste categorie zijn er vervolgens mogelijkheden om die investering in mindering te brengen op eventueel toekomstige transitiekosten. Een investering die zich dus deels kan terugverdienen.

Frits Smits – November 2016